06

Paniekvoetbal

Mijn eerste reactie op mijn haaruitval was blinde paniek. Ik deed heel erg mijn best om de waarheid te ontlopen.

Mijn eerste reactie op mijn haaruitval kan ik maar op één manier beschrijven: blinde paniek. De eerste weken deed ik ontzettend mijn best om de waarheid te ontlopen. Keihard lol maken en doen alsof het probleem er niet was – dat was mijn overlevingsstrategie. Een week na het begin van mijn haaruitval ging ik met vrienden naar de kroeg om een wedstrijd van Ajax te kijken. Omdat de kale plekken al behoorlijk zichtbaar waren, droeg ik een muts. Beetje gek wel, aangezien het niet echt koud was, maar het moest maar. Alles liever dan thuis in mijn eentje op de bank zitten. We schreeuwden de hele middag keihard naar de Ajax-spelers en het was supergezellig.

Halverwege de wedstrijd was er een groepje jongens bij ons komen staan, waarvan ik er eentje enorm zag zitten. Na afloop gingen we bij iemand thuis nog verder borrelen en uiteindelijk bleef ik bij die ene, onwijs leuke gast slapen. Het was een hele gezellige avond, maar toen ik naast hem wakker werd, schrok ik me kapot. Ik was even vergeten dat ik tegenwoordig elke ochtend een megahoeveelheid haar op m’n kussen had liggen. Gelukkig ging hij vrij snel douchen, waardoor ik razendsnel zigzaggend over het bed kon gaan om mijn haren te verzamelen. Omdat ik mijn haar daar no way wilde weggooien, propte ik het allemaal in mijn schoen, zodat ik het thuis in de prullenbak kon doen. 

‘Jouw haar was eerst een mooie, volle, glanzende vriendin, maar is nu een vijand die je ongelukkig maakt. Logisch dat je er vanaf wilt’

De weken daarna zagen er ongeveer hetzelfde uit. Naar de kroeg, ongegeneerd veel wijn drinken, brak wakker worden, haren verzamelen, douchen zonder haren te wassen (want doodsbang om nog meer te verliezen), naar mijn werk, daar een halve pruik verzamelen in de prullenbak onder mijn bureau, naar huis, wéér aan de wijn, onwijs veel snacken en snoepen, roken als een schoorsteen en verdoofd en uitgeput weer in mijn bed vallen. Het werkte niet natuurlijk, maar ik kon op dat moment niks beters bedenken.

Anderhalve week nadat ik mijn eerste plukken verloor, sprak ik met mijn moeder en een vriendinnetje af om naar de Albert Cuijp Markt in Amsterdam te gaan voor petjes, hoedjes en sjaaltjes. Daarmee hoopte ik in elk geval nog een tijdje te kunnen doen alsof er niks aan de hand was. Maar toen we zouden gaan, was er al zo veel haar uitgevallen dat we de markt verruilden voor een pruikenboer. Pfff… wat zag ik daar tegenop. Nu was er geen ontkennen meer aan: ik werd kaal. De enige kale mensen die ik kende, waren ziek. En als er iets was, wat ik niet wilde zijn, was het zwak of zielig.

Ik was dan ook vastbesloten om er een leuke middag van te maken bij de haarwerkspecialist. Van mezelf had ik donker, steil haar; dit was dé kans om eens te kijken hoe blond zou staan. Nou, NIET DUS. Ik leek wel een pornopoes, haha! Nadat ik alle kleuren, soorten en maten had geprobeerd en me enorm had vermaakt, vroeg de pruikenmevrouw wat ik met mijn laatste restje haar wilde doen: laten zitten of eraf halen. Ik wist meteen wat ik wilde: weg ermee! Ik vond het best gek van mezelf dat ik hier na anderhalve week van paniek, negeren en verstoppen ineens zo duidelijk over was. Maar de haarwerkspecialist kon het goed verklaren: ‘Jouw haar was eerst een mooie, volle, glanzende vriendin, maar is nu een vijand die je ongelukkig maakt. Logisch dat je er vanaf wilt.’

‘Terwijl ik mijn mooie, ronde schedel van alle kanten bekeek, dacht ik: wat een mazzel, ik kan dit eigenlijk best hebben’

Een week later kwam ik terug bij de haarwerkspecialist om mijn pruik op te halen en mijn laatste haren eraf te laten scheren. Mijn moeder, mijn oudste zus en ik waren alle drie best zenuwachtig voor dat moment, omdat we niet wisten hoe ik me zou voelen als ik helemaal kaal was. Maar het was meteen een enorme opluchting. Toen ik mezelf in de spiegel zag, maakte ik kennis met een nieuwe vriendin: mijn mooie, ronde schedel. Terwijl ik haar van alle kanten bekeek, dacht ik: wat een mazzel, ik kan dit eigenlijk best hebben. Het zaadje voor acceptatie was geplant.