09

Van Tina tot Thea

Waarom ik al mijn pruiken een naam geef die begint met een T? Gewoon, om het een beetje gezellig te houden!

Nadat ik mijn allerlaatste haren had laten afscheren door de haarwerkspecialist en mijn allereerste pruik had opgehaald, belandde ik samen met mijn moeder en oudste zus opgelucht op het terras. Even bijkomen, kom maar door met die wijn! Eindelijk geen haarverlies meer, maar weer lekker met een mooie, volle bos over straat – ook al was het zo synthetisch als de pest en zat er een slag in, die ik van nature niet had. Dat ik niet echt helemaal back to normal was, viel ook anderen op. Ik had mijn eerste wijntje nog niet op, of ik kreeg al een appje van een vriend die voorbij was gefietst: wat ik met mijn haar had gedaan. Natuurlijk hadden wij het de hele middag nergens anders over, maar na een tijdje hadden we het woord ‘pruik’ zo vaak gebruikt, dat we er genoeg van kregen. Ik wilde iets anders! En aangezien mijn nieuwe haar here to stay was, kon ik haar het beste gewoon een naam geven. 

Al snel gooiden we allerlei hilarische namen op tafel; van pornopoezerig tot burgertruttig, van kak tot boers. Bij heel veel namen kenden we iemand die echt zo heette en dat was dan weer nét de foute associatie. Lachen, gieren, brullen dus. Een vriendinnetje dat was aangehaakt, riep ineens: ‘Tina! Waarom noem je haar geen Tina?’ Ze was net op vakantie geweest en ze hadden een leuke jeep gehuurd die ze voor de grap zo noemden, haha! Tina, ik vond het wel wat. Lekker pittig en kort. Ik vond het grappig om over mijn pruik te praten alsof ze een mens was. ‘Tina ligt op de kast, die heeft vandaag vrij’, zei ik dan bijvoorbeeld, toen ik ook wat vaker zonder haar op pad durfde. Of: ‘Pff, Tina zit niet lekker vandaag’. Dat het soms verbaasde blikken opleverde, vond ik alleen maar leuk. Mijn vriendinnen gingen er helemaal in mee. Toen ik van een van hen een Ajax-vest van de F-side cadeau kreeg, zei ze: ‘Zonder Tina kun je zo bij de hooligans gaan staan!’ Geweldig! 

‘Na Truus kwam Toos, die had een pony en was veel te groot. Ze waaide een keer bijna in het gezicht van een oudere man’

Alle haarwerken die ik daarna nog kreeg, gaf ik een naam. Allemaal beginnen ze met een lekkere natte T. Na Tina kwam Truus, ook synthetisch. Tanja was mijn eerste pruik met voor de helft echt haar. Daarna kwam Toos, die had een pony en was veel te groot. Ze waaide een keer bijna in het gezicht van een oudere man, toen ik op de elektrische fiets van mijn moeder zat. Tilly kon ik kopen dankzij een giga crowdfunding, zij is van superlang, Europees echt haar. Ted heb ik gekregen bij een samenwerking met een Belgische haarwerkspecialist. Op de valreep van 2020 kocht ik Thea, vlak voordat mijn zorgverzekeraar de vergoeding drastisch naar beneden schroefde. Tina, Truus, Tanja en Toos zijn inmiddels niet meer onder ons, maar Tilly, Ted en Thea staan gezellig naast elkaar op mijn kast. Die wissel ik af, zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Maar ik ga bijna net zo vaak zonder een van de dames de deur uit. Ik heb ze gelukkig niet meer nodig om mezelf te zijn.